Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXVI.

Wie, dien uw starre blik niet diep in 't harte schokte, Uw jonge wanhoop niet verteederde en verlokte, Uw Grieksche lauwer niet misleid heeft en verrukt, Schoon met den doorn der Pijn, in 't bleek gelaat gedrukt? Wie had de Tering niet, die u de ziel doorgriefde? Wie had de Mary niet, op wie zijn Jeugd verliefde?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove