LI.
Maar 'k weet, dat zoo op slag het ridderlijke vat
Nu, als een zwermpot, uit elkander was gespat;
Als hij subiet het een en 't ander had gekregen
En stikkend in zijn toorn voor eeuwig had gezwegen,
Of - als duc d' Alva - in zijn woede 't ridderkruis -
Bedenk wat razernij! - vertrappeld had tot gruis,
Als hij den zanger van Kokanje half verscheurd had,
Waarom der Muzen koor zich zeker dood getreurd had: