CIV.
Zoo sprekend richt zij 't oog op onzen Sint-Niklaas,
En neemt hem bij de hand: ‘Vergeef deez' armen dwaas,
Indien ge mij vergeeft!’ - ‘Wat zal ik hem vergeven?
Hij heeft charmant gespeeld, 'k zag 't nooit zoo in mijn leven!’ -
Nogtans de Bisschop, ziet eens aan! zinkt op zijn knie,
En, hoorders, met een stem, wier zilvren harmonie
Ons meisje van daar straks doet blozen en verbleeken,
Vangt hij bewogen aan te spreken en te smeeken: