XXXIII.
Ook tobde ik lang genoeg met mijn tooneel te stellen,
't Wordt tijd dat ik iets ga vertoonen of vertellen.
Wij leerden 't al op school: doet aan een ander niet,
Wat gij, o egoïst, niet wilt dat u geschiedt.
'k Gruw van verveling! dús, ik wil niet graag vervelen,
Schoon andren op dit punt in mijn idees niet deelen!