VI.
En waarom zou ik niet een oogenblik verpoozen,
Hier voor het sierlijk hek, omwingerd al met rozen
En kamperfoelie? Wel, 't is warm en zomer, 't is
Een derde Junidag, - wanneer 'k mij niet vergis -
Ik ben nieuwsgierig en geen tochtje kan mij deren,
Dus laat mij naar mijn lust bespiên en fantazeeren.