XXV.
Ook, welk een teeder vuur ooit 's jongling hart doorgriefde,
'k Geloof - daar is op aard niets teerders dan de liefde,
Waarmee de fiere man het aangebeden kind,
Zijn blozend dochtertje, de slanke jonkvrouw mint!
Uw zonen zijn úw trots, o moeder! - Vrede en zegen
Straalt uit het oog van haar, die u gelijkt, hém tegen!