XI.
Ze is jong als de engel Gods, schoon als een bloeiend Eden,
Rank - als een droombeeld uit een dichterlijk verleden,
Bekoorlijk - als een vrouw, die gij te laat ontmoet
In 't leven, die wellicht uw lijden had verzoet,
En, zoo ik 't wel versta, bij zooveel andre kreten,
Moet zij Maria, of Marie, of Mary heeten!