Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XCV.

In 't oog des Ridders welt een groote vreugdetraan; Hij ziet zijn vrouw, zijn kroost, zijn knoopsgat teeder aan, Dan strekt hij de armen uit in theatrale ontroering En - als een slecht akteur in tragische vervoering - ‘Dees dag - zoo barst hij los - blijft onvergeetlijk schoon! Hoor, ik ben kommandeur! kijk, van den Eikekroon!...’ En hij drukt alles aan zijn rok, zijn vrouw, zijn zoontje, Zijn dochter, broêr, neef, nicht en 't meest zijn... Eikekroontje!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove