LXXXII.
‘En dat 's nu voor Papa!’ zegt Sint-Niklaas, ‘'k heb de eer
Op uwer kindren feest, gestreng en edel Heer,
Dit klein bewijs van dank voor 't leif onthaal, genoten
Van u en de uwen, van de kleinen en de grooten,
U aan te biên! bewaar 't in voorspoed en in vreê,
Versmaad dat kleintje niet, en geef me uw vriendschap meê.’
De stem des Bisschops scheen te trillen onder 't spreken,
Als schroomde hij in ernst de kennis af te breken!