Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LIII.

‘Gij zijt te nietig voor mijn gramschap, kleine kwast, Gij waart mij al sinds lang een gruwel en een last! Nu is de mate vol, gij zult mij zeer verplichten Met nooit uw wandling meer hier naar mijn huis te richten.’ Ziedaar een zeer beknopt, fatsoenlijk résumé Van 's mans welsprekendheid. De knaap kreeg zijn congé, De Ridder kreeg - de koorts, en ijlend zag hij Narren Die sprongen om zijn hoofd met zulke ridderstarren!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove