IV.
Wil niemand luistren? Goed. Geen mensch kan mij beletten
Voor mijn genot een klein verhaaltje op touw te zetten:
Een ijdelheid misschien, een dichterdroom, een gril,
Waaraan ik denken kan, als ik niet denken wil;
Een vorm, waarin mijn hart gansch kunstloos eens mag luchten,
Wat me in dit lieve dal soms lachen doet of zuchten!