I.
Wat is daar zoet op aarde en lieflijk in dit leven, -
De erinring doet nog vast het hart des grijsaards beven
Van zachte ontroering; en, o jong en zalig Paar,
Uw boezem trilt gewis, bij 't trillen dezer snaar -
Wat is daar zoet en rein en lieflijk hier op aarde,
Als - 't eerste huwlijksreisje in 's Levens rozengaarde?