CXII.
Wanneer toch, vraagt ge in 't end, had onze domme vriend
De kroon der burgerdeugd verworven of verdiend? -
Helaas, de schijn bedriegt de kleinen en de grooten,
En, schoon de waarheid hier den schijn heeft uitgesloten,
De man had aanzien, geld en poids; een domme faam
Of een gedienstig vriend verkondde ver zijn naam,
Men had misschien gehoord dat hij een heele baas was...
'k Wil toch niet denken dat het voor zijn Sint-Niklaas was!