Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

II.

Op de bergen van het Lijden, - Steile weg naar 't heilig Land -

Op de bergen van het Lijden Voerde mij der Liefde hand.

Van hun toppen - 't scheen wel nader Bij der starren heilge sfeer En de woning van den Vader - Op de wereld zag ik neer;

Op al de eerzucht, op de dingen, Op de menschen van den dag - Grootheên, die elkaêr verdringen - Wie er wat beduiden mag!

Ruiterij van filozofen Met een theologenheir Streden samen: van daarboven Scheen 't een stofwolk en niets meer.

Al hun glorie, al hun weelde Werd zoo nietig en zoo kleen, Wat mij griefde, wat mij streelde IJdelheid der ijdelheên!

En ik dacht weer aan dien morgen, Aan dien morgen van weleer, Toen ik lachend, zonder zorgen, Blikte hoog van de Alpen neer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove