Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXVII.

't Was, als ik zeî, 't werk van een omzien: 'k vind het aardig En heel bizar, en dus mijn held ten volle waardig. Hij legt zijn jockey met den vinger 't zwijgen op, En vliegt van daar als een verwinnaar, in galop! Maar ach! hoe menigmaal de zoetste droomen liegen, En, Hoorders, waar een bal toch niet al heen kan vliegen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove