Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LIX.

De keten rammelt nog en vreeslijk luidt de bel, Een stem bromt in den gang: ‘Is alles hier nog wel?’ Of zoo iets. Dan op eens hoort m' aan de zaaldeur kloppen; En eensklaps is de grond met krieken, mang'len, moppen, Bonbons en ulivels bezaaid. De kleine schaar Vliegt henen van de deur en dringt zich bij elkaêr; En staat verlegen op de vingertjes te knabbelen, En durft in d' eersten schrik niet opzien en niet grabbelen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove