Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXVI.

Hoort gij de schelpen niet al kraken voor het Buiten? Hoort gij daar ginder nog geen venster opensluiten? En merkt gij hoe de maan zich met haar vollen lach Juist eventjes verschuilt? niet uit een kuisch ontzag Of uit diskretie, neen! om strakjes, zonder schroomen, Om bij de ontknooping schalk en spottend weer te komen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove