XIV.
En nu, mijn vrienden, nu gij dag en datum weet,
- Zoo duidlijk dat gij 't wis van avond niet vergeet, -
Geeft mij, na al die soep, nog weinige oogenblikken,
Om mijn tooneel en personages wel te schikken.
De klucht speelt binnenshuis; ik zou, wanneer ik wou,
Een wijk, een gracht en zelfs een nommer zeer getrouw
U kunnen noemen, maar om 't niet te ver te drijven,
Zal ik dat maar blauw-blauw of blanco laten blijven!