LII.
Het had mij niemendal verwonderd, - maar 'k geloof
De man was niet recht op de hoogte en ietwat doof.
't Liep zonder manslag af ten minste, en minder kluchtig,
Hij keek bij elk koeplet slechts meer en meer wraakzuchtig,
En werd eenvoudig dol op 't einde. Raadloos stond
Hij eerst een heele poos genageld aan den grond;
Verbeet zich, nam een air, een pose, en dekreteerde:
(Terwijl zijn knoopsgat hem gedurig inspireerde)