Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXVIII.

Hij vroeg nooit: Is die mensch knap, eerlijk, braaf, geleerd? Maar, heeft hij iets? of wel: Is hij gedekoreerd? Hij-zelf, hij droeg een star, zelfs als hij ziek en thuis was, Ook op zijn chambre-cloak, zijn over- en zijn huisjas. De man was op dat punt waarachtig monomaan, Alleen met ridders kon hij goed uit wandlen gaan. 't Is vreemd - maar als gij 't heer wilt in zijn glorie kennen, Moet gij van lieverleê aan duizend dwaasheên wennen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove