VI.
Ze is over 't algemeen zoo taamlijk onbeduidend;
Haar neusje is fijn, haar stem is grof en onwelluidend;
Haar blik is smachtend, en aandoenlijk haar gemoed;
Ze is heel gevoelig voor een blik, een lach, een groet;
Zij droomt een heelen nacht van een galanterietje,
En in de loterij des huwlijks trok ze - een Nietje.