Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XCVIII.

Toen een der kindren op zijn vingers was getikt, Die - heilge onnoozelheid! - aan 't kruisje had gelikt: Toen Sint-Niklaas op nieuw zijn recht had laten gelden, Om 't kommandeurskruis vast bij 't ridderlint te spelden Op 's mans doorluchte borst; toen hij een groot kwartier Zich zelf bewonderd had met kinderlijk pleizier: Toen sprak hij nog eens tot zijn vrouw: ‘'k Word ongeduldig - Mijn schat! Gij zijt mij nu een explikatie schuldig.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove