XLVI.
Hij kon niet meer, hij was kapot; de juffer, blazend
Van spijt on angst; de vrouw des huizes, dol en razend;
't Was alles in de war, hier 't hart en daar het hoofd.
Het was een drama, maar met dwaasheên als doorstoofd.
Ach, niemand van de akteurs begreep er recht de klucht van:
Alleen Marietje had er eventjes de lucht van.