Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XLVII.

Een week lang hield mijn vriend zijn leven reedlijk uit, Kwam zevenmaal en had het zevenmaal verbruid. Mevrouw maakte alles goed, het lieve kind souffreerde, En hij, schoon de oude Draak hem ‘gloeiend embêteerde,’ Hield zich weêr veertien daag vol zelfverloochning goed En plooide zijn verstand, zijn trekken, zijn gemoed; Toch ging de ridder voort hem steeds te chicaneeren, En bromde: 'k Zal dat heertje in 't eind wel mores leeren!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove