XXXI.
That is the question! - maar, ik keer, met frissche krachten,
Tot mijn verhaal; gij heb geen trek hier te overnachten,
En ik nog minder; dus, ik droom of divageer,
In de eerste vijf à tien minuten, vast niet weer.
Ik grijp den draad, ik leg den knoop nu en wíl hopen,
Dat ik dien straks, bij tijds en netjes, moge ontknoopen.