LXXIV.
De reden, waarom onze ridder Sint-Niklaas
Zoo vreeslijk aardig vond, is ook al vreeslijk dwaas:
't Was, primo, wijl de man, zijn gansche rol door, gromde,
Voorts, bij veel lievigheên, veel zedelessen bromde
In dezen trant: Zorg dat je groot wordt, kleine vrind!
Dat jij je vader eens tot eer verstrekt, lief kind;
Wees dankbaar dat je zulk een vader hebt gekregen;
Wees steeds gehoorzaam en - wanneer hij spreekt - gezwegen!