Als gout in't vier.
Ghelijck men door het vier, en op den toet-steen claerlick
Een gouden penningh proeft, of die is valsch, of goedt:
Soo werdt de Liefd' besocht door noodt, oft teghen-spoedt.
De noodt maeckt van de Liefd' de waerheydt openbaerlick.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.