Skip to content
1788

Zanglievende uitspanningen

Olivier Porjeere

Tegenzang.

zieveel. 'k Zag Majesteit op 't IJsveld speelen. Dit Plein kon lessen meededeelen.

Hoe glinstert hier Voorzienigheid! 't Heeläl is tot haar' lof bereid. Haar vlerk blijft uitgebreid: 'k Zag duizend Wandelaaren Den nek des strooms betreên; 'k Zal nooit mijn harpje spaaren, Om 't uur al zingend te bewaaren; Dit uur waar in ik op den stroom Ging wandlen langs den bleeken boom. Ik zing Gods wonderheên. zaamen. ô Eerbiedwaardig Opperweezen! Gij geeft ons wonderen te leezen, Wijl 't oog op uwe werken staart, En 't hart geen lofgezangen spaart, Gij zijt die eeuwig waard! Wij zien langs Winterwegen, In 't schoonst Natuurpaleis, Uw magt, uw roede, uw' zegen Och! laat ons nu noch ooit verlegen! Maak hart en tong en harp bekwaam, Tot Hemelzangen in uw' Naam! Behoed ons op de reis!

merkhart. ô Zieveel! welk saizoen zal 't in dien Hemel weezen! zieveel. Daar zal de ziel nooit meer de Wintervlaagen vreezen. merkhart. 'k Verlang... zieveel. Ik ook. Heb dank voor 't nuttig IJsgesprek! Smaak zielekoestering in 't wagtend stookvertrek! Daar, wensch ik, zult ge uw Gade, uw Zwakhart, beter vinden. merkhart. Zij kout wat in de buurt bij onze ronde vrinden. Vaar wel! ik haal Haar af. 't Word avond. Ik maak spoed. zieveel. Vaar wel! Breng uit mijn' naam uw vrouw een hartegroet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.