Skip to content
1788

Zanglievende uitspanningen

Olivier Porjeere

Slotlied. Stem: Hoe lieflijk rijst gij uit de kimmen.

troosthart. ô God! gij hebt de zee bewoogen. Uw stem brulde uit de hemelboogen. De wind, met donderend geraas, Liep langs de golven van de Maas; Elk schrikte op 't norsch geblaas... Hoe siddrend was Delfshaven! Hoe trilde Nederland! Daar 't dijken uit zag graaven, Terwijl de buiën hagel gaven, En 't menschdom in benaauwdheid zat, Bevreesd voor leeven, huis en schat. Hoe kermde een daavrend strand. traanrijk. ô God! gij hebt de zee bewoogen. Gij gaaft uw stem - de waatren vloogen...

't Was uwe stem, die 't land doordrong, Die, daar de zee ontembaar sprong, Den mensch tot eerbied dwong: Uw hand trof de aarden wallen. De kusten zijn ontsteld... Hoe klaagen onze stallen! Wier dak en ringmuur zijn gevallen! Aandoenlijk is het zeegerucht.... Wijl 't Land met wederäntwoord zugt... Uw weg word ons vertelt. troosthart. Uw Magt kan gansch het Land vernielen. Gun, dat we ootmoedig voor U knielen. Gij hebt ons vriendelijk gespaart. De Donkerheid is opgeklaard. Ons Land zij lang bewaard! Gij zult uw gunstvolk dekken, ô Schutsheer uwer kerk! Laat uwe stem ons wekken, Uw hulp uit alle nooden trekken! Immanuel! uw zeegebied Geeft stof voor ons verëenigd Lied. Dek ons door uwe vlerk!

traanrijk. Immanuël! ô Ja! wij smeeken Uw hulp in brommende onweêrsweeken, En blijft gij, met uw zeevoogdij, Het scheepje in 't hobblen staadig bij, Dan is de Zeeman blij. Denk aan twee Reizelingen, Beducht voor bank en klip, Twee, die, in slingeringen Door U beveiligd, biddend zingen. Trek hun en Moedrijks hart om hoog! Dit Drietal slaat op U zijn oog. Gij blijft in 't steevnend schip. troosthart. Immanuël! uw Godlijk spreeken Kan dra de steilste baaren breeken. Gij helpt - en word 'er eens geweent, Gij blijft die God, die troost verleent, Wij zijn in U verëend. Wij juichen langs de baaren, En zien de Hemelkust. ô Leidsman door gevaaren! Uw hand zal eeuwig ons bewaaren. Al blaast dan Ruk-of-tegenwind, Immanuël blijft onze vrind. Gindsch wagt de zaalge Rust. traanrijk. Laat alles kraaken - zich beweegen, Het ga dan met ons voor-of-tegen, De trouwe Goël blijst ons bij, In stil en stormend Jaargetij. Hij denkt aan u en mij. Zoo zingen we op de baaren In 't holste van de zee, Zoo spannen we onze snaaren. 't Is God, die 't onweêr doet bedaaren. Wij zeilen, lieve Reisgenoot! Wij zeilen dus in Jesus schoot. Zie gindsch onze eeuwge Reê. troosthart. Mijn Traanrijk! welk een Rust zal in dien hemel weezen! traanrijk. Daar word Immanuël met lied op lied gepreezen.

troosthart. 'k Verlang... traanrijk. Ik ook... troosthart. Leef blij! groet Moedrijk. Vriend vaarwel! traanrijk. Blijf. troosthart. Neen: ik moet naar huis. traanrijk. Denk aan uw' weggezel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.