Bladz. 105. Vs. 1. 2.
't Heir onnutte kloosterlingen,
't Geen ge uit uwe perken stiet,
Al in 1496 was de stad zo bezwaard met geestelyken en geestelyke gebouwen, dat men besloot niet toetelaten dat voortaan nieuwe kloosters gesticht wierden. Nadat de stad, in 1577, aan de Staatsche zyde overging, ontstond, in 1578, tusschen Roomschen en Onroomschen zulk eene verwydering, dat de Onroomschen de Wethouders afzetten, met de geestelyken inscheepten, en ter stad uitzonden.