Bladz. 86. Vs. 5.
Maar ik heb myn leed gewroken,
De Kenmerlanders, in 1268, geduurende de minderjarigheid van Grave Floris den Vden, tegen de Edelen opgestaan zynde, voegde Gysbrecht zich aan hun hoofd; het zy om hunne woede, die op Amstelland ligt kost nederkomen, af te wenden, of liever om zich op het Sticht te wreken: hy behaalde daar veele voordeelen, en verwoestte verscheide sloten.