Bladz. 153. Vs. 15. 16.
In den steen die noch kan spreken
Door het opschrift: ‘Utrecht! zwyg.’
Deze steen is gelegt in 1482, toen de stad met muuren, toorens, en rondeelen is omringd, (zie onze voorige aanteekening over Bladz. 136. Vs. 9. 10.) ter gedachtenis van eenige voordeelen in den kryg op de Utrechtsen behaald, in 1481. Men hing ook eene veroverde vyandelyke banier in de Oude Kerk. De steen legt in de kleine tooren die aan de noordzyde van het rondeel oploopt. Twee vuurroers, kruisgewys over den anderen leggende, en aan elke zyde een arendsklaauw, het blazoen der oude schutteren, zyn op den steen uitgehouwen, en daar onder het byschrift: Swygt Utrecht.