Bladz. 24. Vs. 6. 7.
Dan, dan vliegt, ô Amstelstroom!
't Brullend nat tot aan uw' zoom.
Indien het Meir zich veréénigt met de veenplassen, die tusschen het zelve en den Amstel leggen, en slegts door kadyken gehouden worden, zal het 30000 morgen uitmaken.