Skip to content
1869

Madelieven

Nicolaas Beets

II.

Op een Driekoningen-morgen, In eene stad van 't Sticht, Daar zat een aardig moedertje, Omringd van zoo menig wicht.

Geen kind was haar geboren, Toch had zij er meer dan vijf; Die noemden haar ‘lieve moeder,’ En hingen haar aan het lijf.

Die zeiden met lachjes en traantjes En stemmetjes teder en fijn; ‘Ons moedertje heeft ons verlaten, Maar gij zult ons moedertje zijn!

Maar gij zult ons moedertje wezen, In blijdschap en in smart; Maar gij zult ons moedertje wezen - Gij hebt een moederhart.

Wij lagen krank ter neder, Maar onze krankheid geneest; Dat komt van uwe liefde; Gij zijt ons een moeder geweest.

Gij zult ons een moeder blijven, Een leidsvrouw onzer jeugd; Een moederlijk voorbeeld ons geven Van godsvrucht en christendeugd.

Gij zult onze harten vervullen Met liefde en diep ontzag Voor dat beminlijk Kindeken, Dat in de kribbe lag.

Gij zult ons leeren aanbidden, Dien Gods en 's Menschen zoon, Die met onze eerste moeder Ons saambrengt voor Gods troon.

O Doe het, lieve tweede! Wij zijn een dankbaar kroost. Wij zullen uw harte verblijden, Gelijk gij het onze vertroost.

O Doe het, lieve moeder! En blijf onze moeder altijd. Gij weet niet hoe onmisbaar, Hoe dierbaar gij ons zijt.

O Doe het, lieve moeder! En geve u de almachtige God Nog menig Driekoningen-avond Te danken voor uw lot.

En komt er een eigen kindje, Een zoontje of een dochtertje bij, Hoe blijde zullen wij wezen! Zoo blij, lieve moeder, als gij.’

* * *

De man, die dit liedje gemaakt heeft, Heeft achter de deur gestaan. Een lofzang was in zijn harte, En in zijn oog een traan.

1860.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Madelieven · Nicolaas Beets · Poetry Cove