Skip to content
1869

Madelieven

Nicolaas Beets

II.

Het Sterfbed.

Met zorg hield ons bedroefde kring Den adem in, om acht te geven Hoe in haar borst de stroom van 't leven Nog flauwtjes op en neder ging.

Elk onzer fluisterde zoo zacht, En stond zoo machtloos op zijn beenen, Als hadden we elk zijn eigen kracht Haar tot den doodstrijd moeten leenen.

Door vrees en hoop werd evenzeer Ons hart misleid, bij 't pijnlijkst wachten. Zij sliep. Wij zeiden: ‘Ze is niet meer.’ Zij stierf. Toen sliep zij, naar wij dachten.

Want, toen de morgen koud en nat Te voorschijn kwam met regenvlagen Hield zij haar oogjes toe. Zij had Een schooner dag zien dagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Madelieven · Nicolaas Beets · Poetry Cove