9.
Niet aan, maar van een duchtbaren tegenstander.
De man is overal weerlegd
Door alle knappe luiden,
En 't beste dat hy schrijft en zegt
Heeft weinig te beduiden;
Ook heeft hy onze weinigheid
Niet enkel aangevallen,
Maar zelfs (met afschuw zij 't gezeid!)
Dien lievling van ons allen!
En zoo het groot publiek eens wist,
Zoo als 't ons is gebleken,
Hoe dikwijls zich die man vergist,
Dien men zoo stout hoort spreken!
Één staaltje': op zeekre pagina,
Staat a + b voor b + a.