Skip to content
1853

Korenbloemen

Nicolaas Beets

III.

En eenmaal breekt het. Eindlijk zullen, Naar Gods bestel, Ook uwe tijden zich vervullen, O Israël! Ook gy zult tot uw koning naderen, Ook gy aanbidden aan zijn voet, Hem kennende als de Hoop der Vaderen, Die al uw jamm'ren enden doet.

De olijfstam zal, voor vreemde twijgen Hem ingegrift, Zijn sap in eigen hout doen stijgen, Met nieuwe drift. Het aaklig dal, waar 't doodsgebeente Verstrooid, verdord, verworpen ligt, Zich met een levende gemeente Bevolken voor Gods aangezicht.

En alle volkren, alle tongen, Zoo verre en wijd De lof diens konings wordt gezongen, Wiens vleesch en been gy immers zijt! Zy zullen zich om u verdringen, En blijde en luid Het groote Hallelujah zingen, Dat op uw groot Hozanna sluit.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Korenbloemen · Nicolaas Beets · Poetry Cove