Skip to content
1837

Guy de Vlaming

Nicolaas Beets

XI.

Zoo sleet de Vlaming dag aan dag, In vaste en eenzaamheid, De dienaar, die hem 's morgens zag, Bracht altijd kort bescheid, Als Machteld, met gesmoorde stem, Hem schreiend' vroeg; ‘Hoe vondt gy hem?’ Het andwoord was verscheiden: - Meest Was 't in den eersten tijd: ‘Hy leest.’ Maar later kwam hy vaak verschrikt Terug; dan had zijn Heer Hem norsch of grimmig aangeblikt; En eindlijk wist hy naauwlijks meer Wat andwoord hy der teedre vrouw, In haar bezorgdheid, geven zou. - ‘Uw Heer spreekt in zich zelv' -’ ‘Hy trad De kamer haastig door.’ - ‘Hy zat Daar roerloos neder.’ - ‘Hy gebood My daadlijk heen te gaan.’ - ‘Zijn mond Sprak woorden die ik niet verstond.’ -

- ‘Bleek is hy als de dood.’ Maar als, des avonds om den haard, De kring der Dienstbren was geschaard, Dan werd aan dergelijk bericht Geheel een fabel toegedicht: Dan werd er fluisterend gegist, Naar de oorzaak die geen hunner wist. Dan werd op lagen toon gemeld Hetgeen in d'omtrek werd verteld: De een zei: ‘hem was voor vast verhaald, Hun Heer had 's avonds omgedwaald, En op zijn weg een Heks gezien, Die hem betooverd had misschien!’ Een ander zei: ‘dat in de nacht Een vreemde brief was aangebracht; En dat hy, slaaploos, aan de poort Verdacht gerammel had gehoord, En luide stemmen in een taal, Die hy niet kende, in de oosterzaal. Alom werd dit voor waar geächt, De Vlaming was in 's Boozen macht, En, 't zij hy schuldig ware of niet, De Duivel voerde op hem gebied. Ja, schoon 't door velen werd weêrsproken, Dees had een zwaren stap gehoord,

Hem - had een blaauwe vlam gegloord; Zy - had een zwavellucht geroken, Die in den gang haar tegenstoof; - O Onverstand en Bygeloof!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Guy de Vlaming · Nicolaas Beets · Poetry Cove