Skip to content
1837

Guy de Vlaming

Nicolaas Beets

XX.

't Was of zich zijn gelaat verzachtte, Waarop een vriendlijker gedachte, Zich reeds by voorraad lezen liet, Als hy dus voortging:

‘“Ween zoo niet!” Ach, ween niet! Doe my niet gevoelen Hoe teêr ik u heb lief gehad!.... En doe my niet bekennen - dat.... Die liefde nog niet kon verkoelen. Ik moet niets weten dan mijn schuld! Ik mag mijn vonnis niet verzachten, En als me een week gevoel vervult, Dan - O! Bestrijd het, al mijn krachten! Ook dit is uit den Duivel - Neen! Mijn zuster, Machteld! Ga nu heen! Ontvlucht my, - zij ons afscheid snel, Een kort - een koud - slechts één Vaarwel! Geen kus - ik kuste u zoo veel malen, In schuld en zonde en als uw Man,

Dat ik 't als Broeder nu niet kan.... Vaarwel! Laat my 't niet weer herhalen; Ik heb u lief dit oogenblik - Vlucht voor mijn toorn u weer verschrikk'! Ik voel den Duivel om my dwalen! Om Gods wil, Machteld! ga nu heen! O By die min, die eens ons blaakte, En ons zoo diep rampzalig maakte, Bezweer ik u, laat my alleen. God.... Maar van my geen zegen! Neen, Hy daalde op u als vloekspraak neder, - Vaarwel! Gy ziet my nimmer weder, - Noch hier, noch daar!... Ga heen, ga heen!”’

‘Nooit!’ - gilt ze, en werpt zich aan zijn voeten, En slaat haar armen om zijn kniên: - ‘Niet dus is 't dat wy scheiden moeten! Ik wil mijn lieven broeder zien! Ik zal uw zijde niet begeven; Ik ben uw zuster: 'k deel uw lot, Dat kàn niet zondig zijn voor God; Ik mag als zuster voor u leven. Ik deel uw misdaad en uw straf! Ik sta u nimmer, nimmer af. -

Ik poog uw jammer te verzoeten. Wy zullen saam den gruwel boeten! Wy zullen boeten tot ons graf! De Heer zàl zich verbidden laten - Maar kan geen poenitentie baten, Moet gy rampzalig zijn; welnu Ook dat.... (God!) - ja, ook dat met u.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Guy de Vlaming · Nicolaas Beets · Poetry Cove