Skip to content
1837

Guy de Vlaming

Nicolaas Beets

XXIV.

Zy poosde: ‘Mara 't moest zoo wezen. Gy hadt het aan de blaauwe lucht In heldre Starren dus gelezen; Voorwaar, het Noodlot is geducht. Maar’ - sprak ze - en trad weêr Machteld nader, - ‘O Gy Verstootling van uw vader! Ik wilde u hoeden voor 't gevaar, Dat altijd spookt om onze bende, (Een zwervende en verworpen schaar!) Voor al de jammren die ik kende; Doch 'k had u beter dienst gedaan, U medevoerende op mijn wegen, U op mijn sterke rug te laân, En onverschrikt door storm en regen Met u de wareld in te gaan. O, Toen zy uit uw moeders schoot U opving en uw eerste kreten Mocht hooren, hoe kon Mara weten Dat ze u zou bystaan in uw dood!

En zy, die u voor moeder strekte, O Zoo zy, ooit of ooit! ontdekte Dat een Heidin u de oogen sloot - Hoe zou haar de afschuw 't hart doen rillen, Hoe zou zy 't woord weêrspreken willen.... En toch - Ik kus u in den dood!’

Zy knielde neêr by 't lijk; zy drukte Een kus op 't voorhoofd van de vrouw, Waar nooit meer kus op dalen zou; En als zy over 't lichaam bukte, Trof 't zilvren crucifix haar oog, En hief zy 't met een lach omhoog. ‘Was 't waarheid, wat dees twee geloofden, Dat daar een Hel was onder de aard, Een Eden boven hunne hoofden, Waar goed of kwaad hen was bewaard! Werd aan den mensch een tweede leven, Na 't doorstaan van dees dood gegeven; Was daar een rechter en een wet; Was daar een God op 't kwaad verbolgen; Hoe wreed zou hen de straf vervolgen, Wie zulk een gruwel heeft besmet!

Maar Dooden! neen, gy wordt ontbonden, Gy hebt u-zelven slechts gekweld, En u een nachtspook voorgesteld, Waar enkel nachtrust wordt gevonden. Uw Stof keert tot het stof der aard; Het Vocht vermengt zich met de stroomen; En de Adem, aan uw borst benomen, Stijgt op de winden hemelwaart; Zoo waait wat blies, en stroomt wat vloeide; En wat er in uw aadren gloeide, En wat er in uw oogen blonk, Zal, opgegaan tot hooger sfeeren, Mijn Aldebarans gloed vermeêren, Of Mixars helle schittervonk. 't Is alles uit: de lijken keeren Tot de elementen: 't is gedaan! Geen bloedschuld kleeft u langer aan; U zal geen enkel kwaad meer deeren! Vergaat, vergaat! gy moogt vergaan!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Guy de Vlaming · Nicolaas Beets · Poetry Cove