Skip to content
1837

Guy de Vlaming

Nicolaas Beets

V.

Wie uwer zal het my verklaren

Wat noodzaak ons het harte dringt Om iets verschriklijks te openbaren, Wat ieders ziel tot siddren dwingt? Is 't Wreedheid, die zich ongenadig Met andrer angst en smart vermaakt? Hardvochtige Eerzucht, die baldadig Naar een triomf van tranen haakt? Is 't Eigenliefde, die zich prikkelt, Omdat wie ramp verhaalt of leed Zich-zelven meest belangrijk weet, En die, in 't kleed des rouws gewikkeld Een huichelaarster, tot u treedt? Is 't Heerschzucht, die 't gebied wil voeren Op -? zwakke zielen licht verkloekt! Of Kunstnary, die eerbied zoekt Door elk te schokken en te roeren?... Neen! is 't niet dat ons krank gemoed Een hartstocht voor de droefheid voedt? Een trek om 's warelds ijslijkheden In al haar treurigheid te ontleden, Een neiging die behoefte werd, En 't zalig maakt zich toe te geven In wat geheel de ziel doet beven, - Sints daar voor 't menschelijke hart

Niets zoeter is dan 't mededogen, Niets milders dan de traan voor de oogen, En geen gevoel voor 't kenvermogen Zoo klaar en duidlijk als - de smart.

En daarom zoo mijn huidig lied U mooglijk siddren doet of weenen, Gy allen, die my 't oor wilt leenen, Beschuldigt my van wreedheid niet!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Guy de Vlaming · Nicolaas Beets · Poetry Cove