Naschrift.
Ik ontfing, onder het afdrukken dezes, nog de volgende mededeeling van mijn vriend, den Heer Veegens:
‘Nog heb ik in Willink's Amstellandsche Arkadia, uitgaaf van 1773, Deel II. bl. 200, een lijst der Baljuwen van Amstelland gevonden, en had ik by het inzien daarvan het genoegen een paar mijner gissingen over den ouderen Willem K. bevestigd te zien, en tevens, dat Koenraad Kuser by herhaling en wel eerst door Willem V. en naderhand door Hertog Albrecht tot het niet onbelangrijke Baljuwschap over eene landstreek, waarvan de Heeren van Amstel tot het einde der dertiende Eeuw meesters waren geweest, is verheven. Een afschrift van het begin dezer lijst zal hier volstaan:
Willem Kuser, Bastert des Graven van Hollandt
Ao. 1333
Florens van der Bonkhorst
Ao. 1345
Gerrit de Boelen
Ao. 1354
Koen Kusers van Oosterwijk, neef van den Grave
Ao. 1354
Gijsbert van IJsselsteyn, Ridder
Ao. 1358
Koen van Oosterwijk Willemszoon
Ao. 1367
Jan van den Poele
Ao. 1388