(Betoogtrant van Willem.)
Dat de nichtjes zoeter zijn, Meer gedwee en rustig, En de neefjes woelig, druk En meer levenslustig, Dat gedurig Nans en Mie Zijn bij tante Betje, En wij nooit meer zijn gevraagd, Dat spreekt als een petje!
Eens heeft tante, op zaturdag, Aan haar lieve neven - 't Was meer eer dan wel pleizier - Een partij gegeven; Dood bedaard aan 't ganzenbord, Bah! dat was m' een pretje! ‘Lieve neefjes! niet te wild!’ Dat sprak als een petje!
'k Had mijn pepernoten op, Vóór wij nog begonnen; En de pot was doorgaans leêg, Vóór hij was gewonnen. Daar sprong - 'k houd van katten niet - Haar geliefd Lizetje Op mijn schoot, en kreeg een dof! Dat sprak als een petje!
Kees - hij heeft een fijne neus, - Rook de chocolade, En hij maakte achterwaarts Stil een echappade. Trijn, de meid was even uit; Jongens! 't was zoo'n vetje! 't Halve keteltje was prijs. Dat sprak als een petje!
Trijn moest in den kelder gaan, Om weêr melk te halen, En zou langs den stijlen trap Langzaam nederdalen. Piet stond naast het kelderluik, Gaf het één klein zetje....... Dat ze opgesloten zat, Dat sprak als een petje!
Tante kwam op haar geschreeuw Eind'lijk haar verlossen, En kreeg wel een beetje lust, Ons eens af te rossen. Jan had 't lampje uitgedraaid, Voor een nieuw verzetje; Dat ze toen in 't donker stond, Dat sprak als een petje!
Voor 't weêr licht was, zei neef Hein - 't Is een guit der guiten - Geef die krakelingen hier!.... Pak gaauw die beschuiten!... Alles hier!... eet op!... stop weg!... 'k Durf het doen.. wat wedt je?’ En het trommeltje was leeg. Dat sprak als een petje!
En nu is het glad gedaan; Nooit meer in haar leven Legt zij weêr partijtjes aan Voor de lieve neven. Nichtjes zijn daar beter thuis; Want bij tante Betje Kunnen wij niet zoeter zijn: Dat spreekt als een petje!
'k Zou zoo iets in huis niet doen, Waar we ons vrij bewegen: Want Papa en zelfs Mama Hebben er niets tegen, Dat wij soms een grapje doen Of een enkel pretje; Maar... ook leeren op zijn tijd! Dat spreekt als een petje!
Cookies on Poetry Cove