Hemelv Aert Christi.
HET lijden is volbracht, Hel, Duvel, Dood verwonnen,
De Joden staen verbaest, d'Apostelen verblijd,
Schoon dat sy, als de Schapen, zijn haer Herder quijt,
En dat met sijn vertrek haer lijden is begonnen.
Des Weer'lds Verlosser is ten Hemel weer gekeert,
Om ons gestadigh na den Hemel te doen haken,
En met een sterrend' oog, enuyt-gerekte kaken,
Te leeren steyg'ren daer daer hy ons rustbegeert.
Wegh met triomfen van gelauwerierde koppen,
Die heele Koninkrijken slepen na haer koets,
En d'Overwonnen d'over-winning in doen kroppen,
Die haer dik na als voor den strijd gaf meerder moeds.
Hier leyd den Duvel met geplettert bekkeneel,
En erger als een Adder in haer hol besworen,
Hier leyd hy met een schicht door de verdoemde keel,
En heeft voor eeuwig d'hoop tot ons verderf verloren:
Indien wy den Verwinner sijn triomfen volgen,
En allen ramp, en hoon, en spot gestaeg verswolgen,
Gebruyken als de beste pillen, die d'Apteek
Ons oyt beschaften, als men al haer konst door-keek.
Spoed u ten Hemel met de vleuken van u ziel,
Soo lang u vleeslijk kleed u in de Weerld behiel,
En, sonder dat het Graf oyt gong u ziel verbolgen,
Denk dat ook na u dood u Hemel-vaerd sal volgen.