op den voys van Jck vrijdde een vroukin.
SPringht alle zeer wijfs ende mans,
Knechtkins en Meyskins tsamen:
Laet ons verheughen desen dans
Twerdt t’onser alder vramen:
De mare is hier
Jnt Ulaemsch vergier,
T’bescheyt mach elck wel horen,
Lof hoogst Princier
Uan dit bestier,
Een Prince is ons gheboren.
Den Ulamingh is vreese ende ducht
Gheweerdt met veel calaignien:
Gheboren was dees edel vrucht
Nu cortelinghe in Spaignen:
Dien Godt bemindt
Dwaelt niet een twindt,
Laet ons hem niet verstoren:
Deur dit bewindt
Weest vro ghesindt.
Een Prince is ons gheboren.
Danst alle zeer deur dit bedrijf
Ons blijft nu paeys en minne:
Godt wil vertroosten t’reyne wijf
Ons edel Keyserinne:
Noyt zulck een pant
Ueur onderstrant
Quam ons van haer te voren.
Schoon Ulaender-lant
Weest nu playsant,
Een Prince is ons gheboren.
Prince, hooghste Godt t’ons liberael,
Lof v deur dit ghevaren:
Wy bidden ghy desen Uassael
Ons langhe wilt bewaren,
En sparen doet
Ueur teghenspoet
Wy hebben wtvercoren:
Lof hooghste goet
Met sin en moet,
Een Prince is ons gheboren.