Noch van dien Doorluchtigen Prince.
't GEen ick van Nassau verconde.
Hebt ick selfs aen hem bevonde,
Al de deughden die 'k beschrijft,
Dus ick maer by d'waerheyt blijft.
'k Behoef dien Vorst niet te flateren,
Om te schrijven tot syn eeren,
Want by hem is altijdt stof,
Groot te schrijven tot syn Lof.
Binnen Cleve den 17. Nov. 1653.