Skip to content
1654

Den Cleefschen Pegasus

Maria-Margareta Akerlaecken

[MYn Pen geschreven heeft groot Lof van Vrou en Heeren]

MYn Pen geschreven heeft groot Lof van Vrou en Heeren, die ick in tweede deel wil stellen tot hun Eeren, Wanneer dat ick eerst sal hun meeninge verstaen, Hoe haer die Heeren al tegen my dragen gaen, Mijne Pen moet hoogh begeeren, Wel te schrijven voor haer Eeren, Na jemant myn Penne doet, Haer myn Pen meed dragen moet. Gelyck een Edel Man gebruyckt syn zijdts geweere, Soo moet myn Penne meed haer Eere diffendere.

de geene die haer leedt of schade doet ontfaen, daer nae moet haer myn pen oock mede dragen gaen. Anders was 't de Pen geen eere, dat sy haer niet soudt verweere, Met de krachten die sy kan, Als wel doet een Edelman. Mijne Pen wil niemant stooren, Cleyn noch groot, noch hoogh ghebooren, Want sy heeft veel liever stof, Hoogh te schrijven jemants Lof. dus die my eenichsins wat oorsaeck hebt gegeven, dat uwen Lof moght syn hier in dit Boeck beschreven, denckt niet dat myn Pen u heeft vergeeten heel, Verwacht vry uwen Lof noch in het Tweede deel.

Binnen Nymegen den 16. Sept. 1654.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den Cleefschen Pegasus · Maria-Margareta Akerlaecken · Poetry Cove