Verklaring Van de Print voor 't I Boek.
PRins
Wilhem Henrik
geeft, als bruidegom, zyn handt
Aan Britlandts Ryksprinses,
Maria
, d'eer der vrouwen.
De Godsvrucht ziet om hoog, om 's hemels troon t' aanschouwen,
Voor 't heilig offervier dat op Godts altaar brandt.
Kloekmoedigheit, bekleedt met prachtige sieraaden,
Met star en scepter, strekt een lyfwacht aan den Heldt.
De Zuiverheit, zo kuisch gelyk haar duif, verzelt
De schoone bruidt, en pronkt met zedige gewaaden.
's Lands Algemeene Vreugdt word door een vrou verbeeldt:
Zy heeft een bloemkrans en een scheepsroer in haar handen,
Een kroon 't hoofdt, en juicht om 't heil van zee en landen.
De
Genius Angliae.
Ryksbeschermgodt draagt de vrucht die 't aartryk teelt,
Door Overvloedt gestort in Acheloüs horen:
Hy heeft een offerschaal in zyne vuist gelaân.
De blyde Hymen ziet de plechtigheden aan.
Godts Alvoorzienigheit kan hier 't gezigt bekooren:
De zon versiert haar borst; een oog blinkt op haar staf;
Zy wyst op 't vorstlyk Paar, en slaat haare oogen neder:
Zy prest de Luchtbodin van boven op haar veder:
Die daalt, op 't hoog beval, van haaren wolktroon af.
Hier ziet men aan den disch het vrolyk troufeest vieren,
Terwyl de Deugden, in 't verschiet, de bruidtskoets sieren.