Aen de selve Juffer:
VErschoon my die uw' naam durf mets'len in de gevel
Van deese Gallery: 'k riek reeds me een vuyle nevel
Toewent'len van de Nyd, die k'nimmer overwon
Als met Lescailles naam: dat schild sal, als een Son,
De dolle dommekracht, door haare glans, verblinden,
Al eer sy mistal in't gebouw sal konnen vinden.
Lescailles naam sy my Minerves beukelaar.
Berispers! wacht u voor herscheppend' gryns, en hair:
Of k' sie, voor eene, mettertyd, twee Galleryen,
Van harde beelden, en van sachte schilderyen.
VULNERE PULCHRIOR.