Hymne.
IEsus minnen kan versinnen
Niemandt in dit aerdtsche dal,
Die ghesocht heeft ons te winnen
Wt de sond' en helschen val:
Met sijn vleesch, en bloedt van binnen
Heylight onse crachten al.
Ons ghelaten, t'onser baten
Nu voor leydts-man, nu voor spijs,
Nu voor dranck, soet boven maten,
Nu voor meester, wech en prijs:
Maer voor die de sonden haten,
Blijft hun loon in't paradijs.
Na vermoghen, wilt u pooghen
Godt t'aen-bidden in dit schijn,
Keert tot hem u hert', en ooghen,
Singht hem lof met stemmen fijn:
Houdt voor hem 't verstandt ghebooghen,
Tot sijn dienst schickt elck termijn. Amen.
Antiphone.
Alle de eynden der werelt sullen ghedachtich worden, ende bekeert tot den Heere.